Imkerij

juli 2022

Nu we de langste dag achter ons hebben is er ook een duidelijke wending in ontwikkeling van het bijenvolk. Groei van het volk is minder belangrijk en de kans dat een deel gaat zwermen neemt ook sterk af. De bijen zijn nu bezig met het aanleggen van een wintervoorraad van nectar en stuifmeel. Een deel slaan ze op in de zgn. honingkamers bovenin het volk een ander rond het broednest in de broedkamers.

Wanneer de nectar in de honingkamers in de raat verzegeld is komt er voor de imkers weer een moment aan om de zomerhoning te gaan slingeren. Dit levert nu een
zeer smaakvolle honing op die langere tijd vloeibaar blijft. Dit laatste in tegenstelling tot de ‘voorjaarshoning’ welke snel kristalliseert.
Oorzaak hiervan is een andere samenstelling van de nectar. In het voorjaar bloeien immers andere soorten (dracht)planten dan in de zomer. Het stuifmeel daarvan en verschil in suikers samenstelling van de nectar spelen hierbij een rol.
Als imker kun je het natuurlijke proces van kristallisatie van de voorjaarshoning enigszins beïnvloeden door langere tijd te roeren. Hierdoor ontstaat er een hele zachte, goed smeerbare crème-honing. Deze is vaak heel licht van kleur.

28 mei 2022

In de maanden mei en juni en soms ook nog wel in juli vermeerderen bijenvolken zich. Zij doen dit door een zogenaamde zwerm. Een flink deel van het volk, enkele duizenden bijen, gaan er vandoor met de koningin in hun midden. Imker Gerrie heeft ze gevangen.

14 mei 2022

Opening van de bijenstal

Laten we proberen ons complex voor bijen/insecten ook aantrekkelijk te maken, ook in de periode voor en nadat onze ‘gewassen’ in bloei staan, Dan ‘houden’ we de insecten in de buurt voor het moment dat bijvoorbeeld de aardbeien of kersen in bloei staan. Dit kan eenvoudig door bijvoorbeeld in je tuintje een paar krokussen, winterakoniet o.i.d. te planten.   

Nu, in het begin van 2022 hebben we de bijenstal (pas) af kunnen bouwen. Covid heeft vertraging opgeleverd. Nadat de bijenkasten al een aantal jaren in de open lucht gestaan hebben, is dit een hele mooie uitbreiding op ons bijenperceel. Een echte bijenstal is door het bestuur van onze vereniging gekozen als blijvende herinnering van onze moestuinvereniging in 2019. Er hiermee is hun bijdrage gerealiseerd, namelijk zonder voldoende bijen geen goede bevruchting van onze fruitbomen en gewassen… 

In een bijenstal bleek het niet alleen prettig vertoeven tijdens de bouw, maar straks natuurlijk vooral met het imkeren. De imker heeft er ook de mogelijkheid om wat spullen op te slaan die dan bij werkzaamheden binnen handbereik zijn.  

Daarnaast is het de bedoeling om het bijenperceel verder te voorzien van planten waar bijen graag op vliegen. Hierbij willen we realiseren dat er gedurende het groeiseizoen (van februari tot en met november) steeds bloeiende planten zijn. In het voorjaar denken we aan krokussen, wilg, winterakoniet. In zomer bijvoorbeeld lavendel en eenjarige bloemen waar insecten graag op vliegen, tot in het najaar hedera als bodembedekker.  

November 2021

Eind november; de dagen worden korter en de temperatuur overdag daalt onder de 10 graden. We kijken zeker niet raar op als we eens een nachtvorstje krijgen. De bijen komen nu nog zelden buiten de kast en dat biedt ons de mogelijkheid om op het aangewezen perceel verder te bouwen aan de bijenstal.

Het is al weer twee jaar geleden dat is besloten om perceel 40b niet meer beschikbaar te
stellen als moestuin, maar als plek waar bijen gehouden kunnen worden door imkers van
onze vereniging. Ter gelegenheid van het verenigingsjubileum in 2019 heeft het bestuur besloten om er een bijenstal te gaan realiseren. Hiervoor is een werkgroep ingesteld die bestaat uit John, Ben en de imkers Gerrie en Adrie.
Een bijenstal biedt voordelen bij het imkeren. De kasten staan beschut tegen regen en tegen hoge temperaturen in warme zomers. Voor de imkers is het er prettig werken. Een bijenstal oogt wat anders dan bouwwerken gericht op ‘moestuinieren’. De bijenstal is dichter aan het pad gelegen om meer ruimte vóór de kast te creëren: de vliegrichting is namelijk naar de akker gericht. De bijenstal is ook hoger om de nodige ruimte boven de kasten te creëren en om het werken als imker praktisch mogelijk te maken.
Afgelopen maanden zijn de contouren van de bijenstal zichtbaar geworden en zo zal er
meestal iedere week wat vordering te zien zijn.

10 juli 2021

Honing slingeren

Afgelopen week was het dan zover: nadat de bijen een hele periode volop af en aan gevlogen hebben met nectar zat de kast ineens erg vol met honing. Onder andere nectar van de lindebloesem, je bemerkte het vast wel die heerlijke geur van de lindes als je over de Slenterweg fietste naar de moestuin. Tijd dus als imker om alles gereed te maken om de honing af te nemen en thuis te slingeren. Het resultaat, een heerlijk potje goudkleurige honing vanuit de omgeving van de moestuin. Meer lokaal kun je het niet hebben.

Van nectar naar honing

Als de vliegbij nectar uit de bloem gehaald heeft en deze in de kast gebracht wordt, wordt het overgenomen door de kastbij. Deze geven het ook weer door aan andere bijen. Hierbij trekken ze steeds de nectar uit elkaar, waardoor de structuur veranderd en deze iets indroogt. Dit trekken heet ‘wurgen’ van de honing. Uiteindelijk wordt deze in de raat gestopt en nadat het genoeg ingedikt is sluiten de bijen de raat af met een wasdekseltje. De honing in de honingkamers zal uiteindelijk geoogst worden door de imker. De honing in de broedkamers laten we over het algemeen zitten als eigen voorraad voor de bijen.

Adrie Peters

Het verwijderen van de wasdekseltjes, door de imker, met een speciale ‘vork’ voordat de raat in de slinger gaat.

mei 2021

Het is dan eindelijk lente… maar nog wel een koud voorjaar. Dat hebben we allemaal wel gemerkt denk ik. Laatste week van april en dan is een nachtvorstje nog zeker mogelijk, maar nu waait er al lange tijd ook een koude, overwegend noorden wind. 

Toch is het bijenvolk al weer aardig wat in grootte gegroeid sinds de winter, alhoewel de uitbreiding van het aantal bijen de laatste weken niet zo snel gegaan zal zijn. De hoeveelheid eitjes die de koningin per dag legt wordt (in)direct bepaald door de buitentemperatuur. Immers, als het te koud is (onder de 10 graden) vliegen er minder bijen en komt er weinig vers stuifmeel binnen. Dit is zeer eiwitrijk en nodig om de eitjes en larfjes te laten groeien.  

Op het moment van schrijven is de kers volop in bloei en ook de paardenbloemen verschijnen in de weilanden èn op ons volkstuincomplex. Beide zijn in de vroege lente een erg goede drachtplant voor de bijen. Direct verwijderen van de paardenbloem op het complex is eigenlijk jammer. Het liefst zou ik zeggen wacht daar nog effe mee en doe dit pas vlak voordat ze gaan ‘pluizen’. Door ze een paar weken langer te laten staan aan de zijkant van je tuin of aan de slootkant zorgen we ervoor dat de bijen (en overige insecten) onze tuinen ook nu niet links laten liggen door verder weg te moeten vliegen.  

Als we willen dat over een tijdje de insecten onze groente en fruitbloemen bestuiven, kunnen we het beste zorgen dat we ze nu ook al lekker verwennen op ons complex. Wanneer we stimuleren dat er het hele groeiseizoen een goed aanbod van stuifmeel en nectar is, zal er voor de insecten een hele goede biotoop ontstaan waar ze zich prettig bij voelen en hier graag ‘vertoeven’. Zo heeft iedere periode wel z’n eigen planten die dan bloeien. Zoals ik bijvoorbeeld in de vorige nieuwsbrief schreef over de winterbloeiers in februari.  

Afgelopen week zijn de eerste honingkamers weer op de kasten geplaatst. Er komt een periode aan dat we als imker ook weer wat vaker de bijenkasten moeten openen om onze werkzaamheden uit te voeren. Voor de nieuwe leden is het misschien nog onbekend dat er soms op het hek van de ingangen van het complex een rood vlaggetje staat (of zich afgevraagd hebben waar is dat voor). Zie het als een signaal dat de imker aan het werk is. Daarnaast zullen we als we grotere werkzaamheden uit moeten voeren, die we dagen van te voren kunnen plannen, dit ook kenbaar maken door een email rond te laten sturen naar iedereen. 

Rode vlag: er wordt gewerkt aan de bijenkasten

Februari 2021

Vannacht is er een dik pak sneeuw gevallen op onze tuinen. Er waait een harde noord-oosten wind en voor komende dagen is er strenge vorst voorspeld. Gaat dat wel goed met het bijen-volk? 

Een flinke laag sneeuw werkt als een extra beschermende deken over de bijenkasten. En ja, een sterk en groot genoeg bijenvolk kan dit prima overleven. Maar toch de late herfst- en winterperiode is altijd een kwestie van overleven voor het volk. In mijn vorige stukje heb ik al eens verteld over de zgn. wintertros en zeker nu kruipen de bijen heel dicht tegen elkaar aan, in een bolvormige tros om elkaar zo warm te houden. Ieder afzonderlijke bij zal proberen te voorkomen om hier ‘los’ van te raken. Contact verliezen met het volk is mogelijk fataal voor een bij, omdat ie dan gewoon niet meer de kracht heeft terug te kruipen naar het volk. Daarnaast is het ook van belang dat de tros contact houdt met het aanwezige voer. Op die manier schuift het volk in de wintermaanden langzaam op in de kast van vooraan naar achteren. 

Ze voeden zich in deze wintermaanden met de in de kast aanwezige voedselreserves: opgeslagen honing/suiker en gefermenteerd stuifmeel (bijenbrood noemen wij imkers dat). Daarnaast is de koningin de laatste paar weken weer begonnen met het leggen van een kleine hoeveelheid eitjes. Dit broed wordt verzorgd door de werkster-bijen en het ook warmhouden hiervan (35 graden) vraagt extra energie van het volk. Deze benodigde energie doet de voedselvoorraden hard slinken.  

Binnenkort, tegen het eind van februari hebben we soms weer een ‘warmere’ dag van tegen de 10-12 graden en zijn er bloeiende krokussen, winterakoniet en sneeuwklokjes (zie foto). Dit is dan weer een moment dat de bijen vers, eiwitrijk, stuifmeel kunnen gaan halen en de voorraden weer kunnen aanvullen. Ook zijn deze maanden het moment dat de oude winterbijen dood gaan. Het volk neemt nu hard in grootte af. Er is dan ook wel een toename van de jonge bijen maar het aantal stervende winterbijen is groter waardoor het totaal aantal verzorgende bijen in een volk sterk daalt. Dit gaat door tot het bereiken van de kritische grens voor het volk rond begin april. 

Wanneer het in de winter weer even wat milder is zoals vorige week, met een buitentemperatuur van rond de 8 graden, bewegen de bijen zich wat vrijer door de kast en vormen op dat moment geen wintertros. 

Vorig jaar is er op ons Volkstuincomplex door het bestuur perceel 40b
aangewezen als perceel waar bijen gehouden mogen worden. Sindsdien
zijn er 2 imkers (Gerrie Arends en Adrie Peters) die naast het hebben van
een tuin, ook imkeren op het complex. Het plan is om op het perceel een
heuse bijenstal te bouwen waar dan een aantal bijenvolken per imker
gehouden kunnen worden. Op dit moment zijn we wat terughoudend in de
start van de bouw hiervan vanwege de beperkingen i.v.m. het corona
virus.
Door het bestuur ben ik gevraagd om een kort stukje over het imkeren te
schrijven omdat mensen geïnteresseerd zijn wat we zoal doen ‘in de bijen’.

Er is veel over te vertellen en er is veel kennis nodig om bijen te
houden. Je moet tenslotte weten hoe een volk zich gedraagt gedurende
een jaar en weten wanneer je als imker controles of bepaalde handelingen
moet uitvoeren in het volk.


Ik zal deze keer wat vertellen over het volk en de bijenkast, die iedereen
vast wel eens heeft zien staan.In een bijenvolk leven werksters
(werkbijen, vrouwtjes), darren (mannetjes) en 1 koningin. Alleen de
koningin legt eitjes en doet dit in de zgn. broedkamer(s). Dit zijn de
onderste 1 of 2 hoge(re) bakken, die herkenbaar zijn. Daarboven kunnen
in het voorjaar en in de zomer 1 of meerdere smallere bakken staan. Dat
zijn de honingkamers, waarin de nectar wordt opgeslagen als honing, die
door de imker geoogst kunnen worden. De grootte van een bijenvolk
varieert gedurende het jaar enorm: van ruim 50.000 bijen in de zomer tot
10-20.000 bijen in de winter als een volk op zijn kleinst is. Na de langste
dag neemt de groei van het volk weer langzaam af en in augustus begint
het volk met de voorbereiding op de winterperiode. Dit is een echte
rustperiode waarin alle bijen dicht op elkaar zitten in de broedkamer(s)
om warm te blijven. Hier slaan ze in het najaar ook de wintervoorraad op.
De imker heeft dan de extra honingkamers verwijderd. Op dat moment zie
je dus maar 1 of 2 lagen waaruit de kast bestaat. Een paar weken na de
kortste dag gaat de koningin weer langzaamaan wat eitjes leggen. Vanaf
maart komen er weer nieuwe bijen bij en groeit het volk. Wanneer in het
voorjaar de buitentemperatuur weer boven de 12 graden is zul je de bijen
weer voor de kast zien vliegen.

Gezicht